Doorwerken na pensionering kan het welbevinden ondersteunen, maar vooral wanneer het vrijwillig gebeurt en plaatsvindt in passend werk met voldoende autonomie. Wanneer doorwerken voortkomt uit noodzaak of slechte werkcondities, zien we juist vaker risico’s voor welbevinden.

1. Wat verstaan we onder welbevinden?

In onderzoek naar pensionering en doorwerken (bridge employment) omvat welbevinden doorgaans:

  • Levenstevredenheid
  • Mentale gezondheid (stress, depressieve klachten, psychologisch functioneren)
  • Fysieke gezondheid (functioneren, ervaren gezondheid, ziekte)

(Bridge employment = betaald werk na pensionering, tijdelijk of structureel.)

2. Wat laat onderzoek zien?

A. Onvrijwillige pensionering verlaagt vaak het welbevinden

Wanneer mensen tegen hun wens stoppen met werken, rapporteren zij gemiddeld lagere levenstevredenheid en meer mentale klachten.

Belangrijke verklaringen zijn:

  • Verlies van dagelijkse structuur en sociale rol
  • Verlies van controle over de loopbaan
  • Financiële en identiteit gerelateerde onzekerheid

B. Doorwerken kan negatieve effecten verzachten

Mensen reageren verschillend op pensionering: sommige groepen ervaren meer stabiliteit of verbetering van hun welbevinden, anderen juist achteruitgang.

Doorwerken in betaald werk kan de negatieve impact van onvrijwillige pensionering gedeeltelijk opvangen. Dit omdat werk structuur, sociale interactie en zingeving biedt.

C. Gezondheidseffecten zijn positief, maar afhankelijk van context

Onderzoek dat mensen over langere tijd volgt, laat zien dat doorwerken na pensionering vaak samenhangt met een betere mentale en fysieke gezondheid dan volledig stoppen met werken. Wel is het lastig om te zeggen of dit echt door het werken komt, omdat gezondere mensen vaker blijven werken.

Er zijn ook aanwijzingen dat doorwerken samenhangt met een langere levensduur, maar ook hier is niet zeker of werken zelf de oorzaak is.

Een recente overzichtsstudie laat zien dat pensionering voor sommige mensen juist herstel kan brengen, terwijl anderen achteruitgaan. Dit hangt vooral af van factoren zoals gezondheid, inkomen, sociale steun en hoe iemands loopbaan is verlopen (zie artikel ‘Doorwerken—geen pensioenkwestie, maar een organisatievraagstuk’).

3. Wanneer draagt doorwerken bij aan welbevinden?

De literatuur laat een duidelijke rode draad zien: vrijwilligheid, hulpbronnen en baankwaliteit bepalen het effect.

Doorwerken hangt vaker samen met beter welbevinden wanneer:

  • het vrijwillig gebeurt en mensen keuzevrijheid ervaren
  • het werk zinvol en identiteitsbevestigend is
  • de belasting past bij de belastbaarheid van de werknemer
  • er voldoende autonomie, respect en voorspelbaarheid zijn in de werkomgeving

Doorwerken kan zo functioneren als een geleidelijke overgang tussen werk en pensioen, in plaats van een abrupte rolbreuk.

4. Wanneer ontstaan risico’s?

Onderzoek wijst op risico’s wanneer doorwerken:

  • voortkomt uit financiële noodzaak of druk
  • plaatsvindt in slecht passend of zwaar werk
  • weinig autonomie of waardering biedt
  • gebeurt ondanks gezondheidsbeperkingen

In deze situaties kan doorwerken juist leiden tot stress, verminderde tevredenheid en gezondheidsproblemen.

5. Wat betekent dit voor werkgevers?

De literatuur suggereert dat welbevinden van doorwerknemers vooral wordt beïnvloed door de kwaliteit van doorwerken, niet alleen door de mogelijkheid ervan.

Werkgevers die welbevinden willen ondersteunen, richten beleid daarom op:

  • vrijwilligheid en stopvrijheid
  • passende taakinhoud en realistische belasting
  • autonomie en duidelijke verwachtingen
  • aandacht voor gezondheid en herstel
  • sociale inbedding en erkenning

Wanneer deze voorwaarden aanwezig zijn, kan doorwerken bijdragen aan duurzame inzetbaarheid, gezondheid en tevredenheid op latere leeftijd (zie artikel ‘Doorwerkers zijn geen ‘gewone’ werknemers’).

Bronnen

Dingemans, E. (2013). Bridge employment after retirement and its consequences for quality of life. Netspar.

Dingemans, E., & Henkens, K. (2014). Het welbevinden van (vervroegd) gepensioneerden: de rol van onvrijwillig uittreden en het doorstarten in betaalde arbeid. Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie, 45(5), 193–204.

Dingemans, E., Henkens, K., & Van Solinge, H. (2015). How do retirement dynamics influence mental well-being in later life? Scandinavian Journal of Work, Environment & Health, 41(1), 16–23.

Ugwu, L. E., et al. (2024). The paradox of life after work: A systematic review and meta-analysis on retirement and well-being.

Wang, M. (2007). Profiling retirees in the retirement transition and adjustment process. Journal of Applied Psychology, 92(2), 455–474.

Yin, R., et al. (2021). Bridge employment and longevity: Evidence from a 10-year study.

Zhan, Y., Wang, M., Liu, S., & Shultz, K. (2009). Bridge employment and retirees’ health: A longitudinal investigation. Journal of Occupational Health Psychology, 14(4), 374–389.

Lisette

Lisette van der Linden is onderzoeker bij Doorwerkgever. Met een achtergrond in levenslooppsychologie en de zorg, richt ze zich op hoe werk na pensioen beter kan aansluiten op deze levensfase. Ze vertaalt wetenschappelijke inzichten naar concrete handvatten voor werkgevers.