Doorwerken na pensioen - Doorwerkgever
Download whitepaper doorwerken na pensioen

Whitepaper: Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd vs. Doorwerkregeling van Doorwerkgever

Gepensioneerden werken bij Doorwerkgever via de Doorwerkregeling. Een andere manier om door te werken met gepensioneerden is via de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Als specialist in doorwerken na pensioen hebben wij beide vormen naast elkaar gezet en vergeleken. Zo kunt u zelf kiezen welke vormt het beste bij u past.

Rondkomen na pensioen, nu en in de toekomst

Door Nibud

Een Nederland zonder geldproblemen, dat is het streven van het Nibud. Hierbij kijkt ze naar welke groep extra aandacht nodig heeft en heeft gepensioneerden onder de loep genomen.

 

 

Daarbij is eerst gekeken naar de balans van inkomsten en uitgaven na pensioen. Belangrijk voor de balans is voldoende inkomen om in de gewenste behoeften te kunnen voorzien en minimaal voldoende om de noodzakelijke uitgaven voor het levensonderhoud te kunnen betalen. Maar ook een buffer te hebben voor onverwachte, noodzakelijke uitgaven.

30000

36% van de gepensioneerden heeft iets achter de hand.
Daarvan heeft 1 op de 5 meer dan € 30.000,- achter de hand.

De financiële situatie van de huidige gepensioneerden

36% van de gepensioneerden heeft iets achter de hand. Daarvan heeft 1 op de 5 meer dan € 30.000,- achter de hand.

21% maakt zich zorgen over financiële situatie

Kijkend naar de huidige financiële situatie van gepensioneerden dan zien we dat 36% van de gepensioneerden iets achter de hand heeft. Iets meer dan een derde dus. Daarvan heeft 1 op de 5 ook meer dan € 30.000,- achter de hand.

Maar er is ook een derde dat moeite heeft met rondkomen van AOW en eventueel aanvullend pensioen. 21% maakt zich zelfs zorgen over zijn of haar financiële situatie.

Wie zijn degene die moeilijk rondkomen?

  • gepensioneerden met lagere inkomens
  • gepensioneerden die rondkomen van alleen een AOW-uitkering
  • huurders
  • voormalig zelfstandigen
  • gescheiden gepensioneerden

 

Opvallend is het percentage van de gepensioneerden die rondkomen van alleen een AOW-uitkering. 61% van deze groep zegt moeilijk rond te komen.

21% maakt zich zorgen over zijn of haar financiële situatie

Hoe hebben zij de overgang naar pensioen ervaren?

Bij meer dan de helft (55%) is het pensioen uitgevallen zoals verwacht.

28%ervaart het pensioen minder dan verwacht
55%ervaart het pensioen zoals verwacht
8%ervaart het pensioen meer dan verwacht
10%had geen verwachtingen van het pensioen

Verwachting financiële plaatje na pensioen

Niet iedereen heeft precies voor ogen hoe het financiële plaatje er na pensioen uit komt te zien. Het Nibud heeft daarom ook onderzocht hoe zij de overgang hebben ervaren. Ondanks dat meer dan de helft van de gepensioneerden moeite heeft met rondkomen en/of zich zorgen maken over de financiële situatie zegt bijna 60% de overgang als zeer goed te hebben ervaren. Slechts 10% ziet deze overgang als (zeer) slecht.

 

Van de gepensioneerden heeft 55% voorafgaand aan pensioen in kaart gebracht wat de inkomsten en uitgaven zijn na pensioen. Bijna iedereen had een idee hoe de financiële situatie er na pensioen uit zou zien. Van degene die dit niet in kaart hebben gebracht, had 17% geen verwachting over de situatie na pensioen.

 

 

54% heeft voor pensioen maatregelen genomen

Meer dan de helft van de gepensioneerden heeft voordat zij met pensioen gingen maatregelen genomen om het financieel goed te hebben na pensioen. Vier op de tien is zelf gaan sparen of beleggen en hebben hun uitgaven verlaagd.

 

Gepensioneerden die meer maatregelingen hebben genomen dan anderen zijn wooneigenaren (aflossen van de hypotheek), voormalig zelfstandigen (lijfrenteverzekering of bankspaarproduct afgesloten of uitgaven verlaagd) en/of gescheiden personen (uitgaven verlaagd en kleiner gaan wonen).

60% heeft de overgang als zeer goed ervaren

Hoogte inkomen niet bepalend om wel of geen maatregelen te nemen

De hoogte van het inkomen doet er niet toe of mensen wel of geen maatregelen nemen. Er zit wel verschil in de type maatregel. Gepensioneerden met lagere inkomens verminderen relatief vaak de uitgaven. Terwijl iemand met een hoger inkomen probeert de inkomsten te vergroten door te sparen/beleggen of een lijfrenteverzekering of bankspaarrekening af te sluiten. Maar hoger opgeleiden werken volgens een onderzoek van het TNO veelal door na pensioen

 

Bij 55% is het financiële plaatje zoals verwacht

Dit verklaart ook de verwachting die zij hebben over de financiële situatie na pensioen. Bij meer dan de helft (55%) is het uitgevallen zoals verwacht. Bij degene waarvan het plaatje zoals verwacht of zelfs beter is dan verwacht geeft 15% aan dat zij voor pensioen vooral meer zouden zijn gaan sparen, langer hebben doorgewerkt (tot aan de pensioenleeftijd) en/of de hypotheek zijn gaan aflossen.

 

Toch is het bij 28% minder dan verwacht. Van deze groep geeft meer dan de helft aan dat wanneer zij terugkijken iets anders of extra’s zouden hebben gedaan om goed voorbereid het pensioen in te gaan. Deze groep heeft vooraf vooral uitgaven verlaagd, zijn blijven werken of kleiner gaan wonen om de kosten te verlagen.

 

 

Sociale leven en gezondheid spelen rol bij tevredenheid in de overgang naar pensioen

Naast de financiële aspecten zijn er ook andere aspecten die een rol spelen of zij de overgang naar pensioen goed of slecht hebben ervaren. Hierbij gaat het om het sociale leven en de gezondheid. Gepensioneerden die tevreden zijn met hun sociale leven ervaren de overgang vaker als zeer goed (65%) ten opzichte van 40% die minder tevreden zijn over hun sociale leven. Maar ook de gezondheid speelt een grote rol. Wanneer zij tevreden zijn met hun gezondheid leidt dit vaak tot een goede ervaring in de overgang naar pensioen (68% tegen 47% van de mensen met een slechtere gezondheid).

Wat is de woonsituatie?

Van de gepensioneerden die mee hebben gedaan aan het onderzoek heeft 60% een koopwoning.

68% heeft overwaarde, maar geen plannen om te verzilveren

73% van de gepensioneerden heeft een hypotheek, 23% heeft de hypotheek al afgelost en slechts 4% heeft de woning gekocht zonder dat er een hypotheek voor nodig was.De meeste gepensioneerden hebben een overwaarde in hun woning maar zijn niet van plan om hun huis te verkopen en de overwaarde te verzilveren. De reden hiervan is omdat ze nog niet weten wat zij met deze overwaarde willen doen (43%), willen er niets mee doen (24%) of willen het nalaten als erfenis (24%). Slechts 1% zegt dat zij een extra hypotheek willen afsluiten om zo de waarde te kunnen gebruiken voor andere bestedingen.

Weet nog niet wat ze met de overwaarde willen doen0%
Willen niets met de overwaarde doen0%
Willen de overwaarde gebruiken als erfenis0%

Verhuisneiging is beperkt

Er wordt vaak gedacht dat wanneer men met pensioen gaat zij kleiner willen gaan wonen. Het tegendeel is echter waar. Slechts 2 op de 10 wil na pensioen kleiner gaan wonen of heeft dit al gedaan. De meeste gepensioneerden willen zo lang mogelijk blijven wonen waar ze nu wonen (55%) of alleen verhuizen als dat echt moet (25%).

 

We zien dat degenen die al wel kleiner zijn gaan wonen voormalig zelfstandigen zijn. De verhouding ten opzichte van niet-zelfstandigen is 18% op 7%. Zij behoren hiermee dan ook tot de groep die voorafgaand aan hun pensioen de uitgaven hebben verlaagd, zoals eerder aangegeven in dit onderzoek.

 

Kopers versus huurders

Van de huurders zegt 36% minder dan € 5.000,- aan spaargeld en/of beleggingen achter de hand te hebben. Slechts 12% van de huiseigenaren heeft dit. Het Nibud zegt dat de verschillen tussen deze twee groepen blijven bestaan wanneer zij rekening houden met de inkomensverschillen tussen kopers en huurders. Hiervan gaat men uit dat kopers meer inkomen hebben dan huurders.

 

Kopers geven aan gemakkelijker rond te kunnen komen en gelijke of zelfs mindere woonlasten hebben na hun pensioen. Daardoor vonden zij de overgang in de financiële situatie een stuk kleiner. Huurders daarentegen geven aan dat hun woonlasten toen juist zijn gestegen.

Het inkomen

Zoals eerder benoemd kunnen de meeste gepensioneerden gemakkelijk rondkomen.

12% ervaart het inkomen meer dan goed

33% ervaart het inkomen als goed

34% ervaart het inkomen als niet goed

17% ervaart het inkomen als slecht

Wat is het besteedbare huishoudinkomen van gepensioneerden?

Van de alleenstaande gepensioneerden heeft de helft een besteedbaar inkomen van minder dan € 22.000,- per jaar (€ 1.833,- per maand). De andere helft zit hierboven. Bij paren is het besteedbaar huishoudinkomen gemiddeld € 33.000,- per jaar (€ 2.750,- per maand).

 

Het AOW-bedrag is een slecht inkomen

Ruim de helft van het bruto huishoudinkomen van gepensioneerden bestaat uit AOW. Het AOW-bedrag is voor alleenstaanden en paren verschillend, maar beide groepen ervaren dit bedrag als een slecht inkomen.

 

Alleenstaanden zien een bedrag van € 1.200,- per maand als een slecht inkomen en bij paren is dit € 1.500,- per maand. Dit komt overeen met de AOW en is dus niet genoeg volgens hen. Dit verklaart ook waarom 61% van de gepensioneerden zich zorgen maakt over hun financiële situatie.

 

Er is dus aanvulling nodig als zij voldoende inkomen willen hebben. Een derde van het inkomen bestaat nu uit werknemerspensioen en gemiddeld 5% uit arbeidsinkomen. Het resterende deel komt uit sociale voorzieningen, toeslagen en vermogen.

Wanneer is het inkomen voldoende?

Ook is er gevraagd wanneer gepensioneerden het inkomen voldoende vinden om van te leven. Hierbij is het inkomen berekend zonder toeslagen, zoals zorg- of huurtoeslag. Voor alleenstaanden is dat € 1.500,- en voor paren € 2.000,- per maand.

 

Uiteraard is ook het besteedbare inkomen bepalend voor wat men een goed inkomen vindt. Iemand met een netto inkomen van € 3.000,- of meer heeft ook meer nodig om tevreden te zijn. Minimaal € 2.500,- is dan een gewenst inkomen.

 

 

Woonsituatie en leeftijd nauwelijks tot geen invloed op de inkomenswaardering

Dat betekent dat er (bijna) geen verschil zit in wat gepensioneerden zien als een goed inkomen wanneer zij 67 jaar of 75 jaar zijn. Ook is opvallend dat huurders meer woonlasten hebben dan kopers, maar dat dit voor de waardering dus niet uitmaakt.

Bestedingen

De laagste inkomens moeten een hoger percentage over het huidige inkomen behalen om te kunnen leven zoals zij willen vergeleken met de hoogte inkomens.

Lage inkomens zijn groter deel kwijt aan noodzakelijke uitgaven

Het Nibud ziet dat het gewenste inkomen stijgt met het huidige inkomen. Het is niet zo dat dit een op een stijgt. De gemiddelde consumptie van hogere inkomens is hoger, maar als percentage van het huidige inkomen niet. De laagste inkomens moeten een hoger percentage over het huidige inkomen behalen om te kunnen leven zoals zij willen vergeleken met de hoogte inkomens.

 

De bestedingen van gepensioneerden laten zien dat een huishouden met een lager inkomen meer kans heeft dat het de gewenste besteding niet kan betalen, dan een huishouden met een hoger inkomen. De reden hiervan is dat gepensioneerden met een laag inkomen een groter deel van hun inkomsten kwijt is aan noodzakelijke uitgaven, zoals woonlasten en voeding. Hier valt ook te denken aan huurders die meer geld kwijt zijn aan huur dan kopers aan hypotheek.

70- tot 75-jarigen geven minder uit dan niet-gepensioneerden

Ondanks dat de leeftijd nauwelijks invloed heeft op de inkomenswaardering ziet het Nibud in de realiteit dat de totale bestedingen naarmate zij ouder worden afnemen. De uitgaven van 65- tot 70-jarigen neemt gemiddeld met 16% af ten opzichte van 50- tot 65-jarigen. 75-jarigen geven gemiddeld 19% minder uit dan 65-jarigen.

 

De verklaring hiervoor is dat de meeste gepensioneerden een lager besteedbaar inkomen hebben naarmate zij ouder worden. Daarnaast is het ook zo dat bij velen de partner overlijdt en daardoor een deel van de uitgaven wegvallen. Ook geven zij minder geld uit aan telecom, verzekeringen (anders dan zorgverzekering), vervoer en kleding. Maar zij geven juist wel meer geld uit aan gas, contributies en abonnementen, niet-vergoede ziektekosten, voeding en huishoudelijke hulp.

 

Gepensioneerden met een hoger inkomen geven meer geld uit aan vrijetijdsbestedingen. Deze uitgaven nemen wel af naarmate zij ouder worden.

Inzicht

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat 1 op de 7 huidige gepensioneerden wil doorwerken na pensioen.

Goede voorbereiding op pensioen belangrijk

Een substantieel deel van de gepensioneerden heeft geen of nauwelijks spaargeld. Dit is onder alle Nederlanders te zien. Bijna 1/3 van alle huishoudens heeft minder geld achter de hand dan het Nibud adviseert.

Uit het onderzoek blijkt dus dat een goede voorbereiding op de financiële situatie na pensioen belangrijk is om deze overgang goed te ervaren.

 

De maatregelen die genomen worden als blijkt dat zij anders niet gaan rondkomen zijn het verlagen van de uitgaven, blijven werken of kleiner wonen. Degenen die dit hebben gedaan hebben vaak van tevoren minder gespaard/belegd. Dit verklaart ook dat veelal de lagere inkomens blijven werken, zoals in het onderzoek van TNO.

 

Inzet financieel advies beperkt

Slechts 1 op de 5 Nederlanders tussen de 18 en 67 jaar schakelt een financieel adviseur in. Voornamelijk voor een hypotheekadvies. De belangrijkste reden om niet naar een adviseur te gaan is omdat zij hier geen reden voor ziet. Slechts 13% heeft het wel eens overwogen om zijn pensioensituatie in kaart te brengen, maar ziet daar uiteindelijk toch vanaf. De prijs van een adviseur speelt hierbij een belangrijke rol.

Extra inkomsten door doorwerken na pensioen

Volgens een onderzoek van de ING zegt ongeveer een kwart door te willen werken na pensioen om inkomsten aan te vullen. Dit is een veel lager percentage vergeleken met het Europees gemiddelde van 54%.

 

Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat 1 op de 7 huidige gepensioneerden wil doorwerken na pensioen. Nederland telt momenteel 3,4 miljoen mensen die AOW ontvangen. Dat betekent dat ruim 490.000 mensen willen doorwerken. Volgens het CBS zijn er al 180.000 gepensioneerden aan het werk.

 

De voornaamste reden om door te werken na pensioen? Inkomsten, maar vooral om van betekenis te blijven!

Blog alles over doorwerken

Doorwerkverhalen van doorwerkers, lessons learned, onderzoeken, feiten en cijfers