Veelgestelde vragen van doorwerknemers

Nee. Je AOW-uitkering blijft gewoon doorlopen. Je mag naast je AOW blijven werken zonder dat de inkomsten uit dat werk invloed hebben op de hoogte van je AOW-uitkering.

In de meeste gevallen hoef je dit niet zelf door te geven. De hoogte van je AOW is immers onafhankelijk van het werk dat je na je AOW leeftijd doet. Echter als je een AIO-aanvulling of een andere inkomensafhankelijke regeling hebt, moet je dat wel doen omdat dit invloed heeft op je AOW uitkering.

Nee, er is geen maximum. Je mag naast je AOW blijven werken. Wel betaal je belasting over hetgeen je verdient met je werk naast je AOW-uitkering. Hoewel er geen maximum is, kan het totaal van je AOW-uitkering en je verdiensten uit het werk zorgen dat je in een hogere belastingschijf terechtkomt.

Nee, je bouwt geen pensioen meer op. Je ontvangt je pensioen en werkt daarnaast.

Dat kan. Je inkomen uit doorwerken naast je AOW-uitkering kan invloed hebben op inkomensafhankelijke toeslagen (bv. huurtoeslag en zorgtoeslag). Dit verschilt per persoon. Bij twijfel kun je dit navragen bij de Belastingdienst of kijken op MijnToeslagen.

Ja. Over je inkomen betaal je belasting. Wij houden deze belasting (loonheffing) automatisch in bij de uitbetaling. Je krijgt dus een nettobedrag op je rekening.

Loonheffing is de belasting die je betaalt over je inkomen. Dit wordt automatisch ingehouden op je vergoeding. Je hoeft dit dus niet zelf te regelen.

De loonheffingskorting is een belastingkorting op je inkomen. Na AOW-leeftijd heb je daar nog steeds recht op, maar je moet hem goed toepassen, meestal maar bij één inkomen. In de regel zet je de loonheffingskorting aan op je hoogste inkomen en dat is in veel gevallen het pensioen. Het risico van op beide inkomens de korting toepassen is dat er te weinig belasting is ingehouden en je later moet bijbetalen.

Nee. Je gebruikt deze korting bij één inkomen. Bijvoorbeeld bij je pensioen óf bij je werk.

Dat hangt af van jouw situatie. Veel mensen gebruiken de korting al bij hun pensioen. Dan kies je meestal ‘nee’ bij werk naast je AOW-uitkering. Meer informatie over loonheffingskorting kun je vinden bij de SVB en de Belastingdienst.

Je netto resultaat wordt beïnvloed door vier factoren:

1. Belasting (lager na AOW, maar nog steeds aanwezig)
2. Loonheffingskorting (wel/niet goed toegepast)
3. Afbouw heffingskortingen (bij hoger inkomen)
4. Verlies van toeslagen (indien van toepassing)

Soms wel, soms niet. Je moet aangifte doen als je daar een brief over krijgt van de Belastingdienst. Veel mensen doen aangifte omdat ze meerdere bronnen van inkomen hebben, zoals pensioen en werk. Als je aangifte moet doen, dan moet dit vóór 1 mei. Twijfel je? Dan kun je dit navragen bij de Belastingdienst of je adviseur.

Ja. Je spreekt samen met je werkgever af hoeveel je werkt. Je hebt hierin veel vrijheid.

Nee. Er is geen maximum. Je spreekt samen af wat voor jou en de werkgever passend is.

Je werkt via Doorwerkgever en neemt deel aan de Doorwerkregeling waarbij je vrijwillig en zonder verplichting kunt werken naast je pensioen. Je bepaalt zelf of, wanneer en hoeveel je werkt. Dat wordt vastgelegd in een doorwerkovereenkomst.

Je bent niet in dienst bij Doorwerkgever en ook niet bij de werkgever. Let op: er is geen werkgever-werknemerrelatie – je werkt vrijwillig en zelfstandig binnen de Doorwerkregeling. Je bepaalt zelf of en hoeveel je werkt, zonder verplichting of gezagsverhouding.

Ja, je kunt altijd zelf stoppen wanneer je wilt. Je hebt immers geen arbeidsplicht meer. Je bepaalt volledig zelf of en wanneer je werkt.

Nee. Vakantiedagen uit je eerdere dienstverband worden meestal uitbetaald. In de nieuwe situatie maak je nieuwe afspraken over vrije tijd. Als je niet aan het werk bent, ben je immers vrij omdat je met pensioen bent.

Nee. Deze horen bij je oude arbeidssituatie. Na je pensioen maak je nieuwe afspraken.

Ja. Als je ziek wordt, wordt je vergoeding tot 6 weken doorbetaald. De eerste 2 dagen zijn wachtdagen, daarna wordt de vergoeding doorbetaald volgens de afspraken. We leggen dit duidelijk uit in het startgesprek.