Doorwerken na pensioen vraagt om keuzes ver vóór pensioen. Wie wil dat medewerkers langer inzetbaar blijven, moet eerder beginnen. Onderzoek laat zien dat gezondheid, werkdruk, autonomie en loopbaanmogelijkheden bepalende factoren zijn voor wie later nog kan én wil werken. Wil je als werkgever gepensioneerden behouden voor je organisatie? Dan ligt er een belangrijke sleutel in hoe het werk eerder in de loopbaan wordt ingericht.
Doorwerken na pensioen wordt vaak benaderd als een vraagstuk voor de laatste fase van de loopbaan. Maar organisaties die hier pas rond pensionering mee aan de slag gaan, zijn eigenlijk te laat. De basis voor langer doorwerken wordt namelijk al veel eerder gelegd. Recent onderzoek laat zien dat de mogelijkheid én bereidheid om na pensionering te blijven werken sterk samenhangt met factoren die zich gedurende de hele loopbaan ontwikkelen.
Doorwerken is het resultaat van jarenlange keuzes
Of medewerkers na hun pensioen willen en kunnen doorwerken, hangt niet alleen af van motivatie of financiële prikkels op latere leeftijd. Het wordt in grote mate bepaald door hoe werk en loopbanen eerder zijn ingericht. Onderzoek wijst op vier bepalende factoren:
- Gezondheid – fysieke en mentale belastbaarheid over de jaren heen
- Werkbelasting – de mate van (structurele) druk en zwaarte van het werk
- Autonomie – ruimte voor eigen regie en invloed op het werk
- Loopbaanmogelijkheden – kansen om te ontwikkelen en te bewegen
Werknemers die gedurende hun loopbaan voldoende regie ervaren, zich kunnen ontwikkelen en gezond blijven, hebben aanzienlijk meer kans om ook na de AOW-leeftijd inzetbaar te zijn. Werknemers in fysiek zwaar, routinematig werk met beperkte ontwikkelmogelijkheden lopen juist vaker tegen grenzen aan. Dit sluit aan bij levenslooponderzoek: kansen en beperkingen stapelen zich op. Doorwerken is daardoor geen individuele keuze aan het einde van de rit, maar het resultaat van jarenlang HR-beleid.
Drie knoppen waar werkgevers nú aan kunnen draaien
In een krappe arbeidsmarkt wordt het behoud van ervaren medewerkers steeds belangrijker. Toch richten veel organisaties hun beleid rondom doorwerken nog primair op de pensioenfase. Dat is een gemiste kans. Wie pas rond de AOW-leeftijd nadenkt over inzetbaarheid, heeft weinig ruimte meer om bij te sturen. De grootste beïnvloedingsmogelijkheden liggen veel eerder in de loopbaan – vaak al vanaf de leeftijd van 45 jaar.
Organisaties die succesvol inzetten op langer doorwerken, onderscheiden zich vaak op drie vlakken:
Niet wachten tot de laatste jaren, maar structureel aandacht voor:
- werkdruk en belastbaarheid
- ergonomie en vitaliteit
- ontwikkeling en mobiliteit
Zo blijven medewerkers wendbaar en inzetbaar gedurende hun hele loopbaan.
In plaats van een harde knip bij pensionering, zorgen deze organisaties voor een natuurlijk overgang, bijvoorbeeld via:
- deeltijd doorwerken
- projectmatig werk
- rollen gericht op kennisoverdracht
Dit voorkomt verlies van waardevolle expertise.
De fase Pensioen + Werk vraagt om een andere invulling. Succesvolle organisaties:
- ontwerpen rollen met meer autonomie en flexibiliteit
- benutten ervaring en vakmanschap
- laten traditionele functie-eisen los (zoals volledige beschikbaarheid)
Dit voorkomt verlies van waardevolle expertise.
Doorwerken vanuit financiële druk heeft juist vaker een negatief effect op motivatie en welzijn. Voor organisaties betekent dit dat beleid gericht op keuzevrijheid en flexibiliteit vaak effectiever is dan alleen financiële prikkels.
Van eindfasebeleid naar loopbaanstrategie
De belangrijkste les voor HR en management is helder: doorwerken organiseer je niet pas aan het einde, maar gedurende de hele loopbaan. De sleutel ligt bij keuzes die al veel eerder worden gemaakt. Wie wil dat medewerkers ook na hun AOW-leeftijd inzetbaar blijven, doet er goed aan om niet te beginnen bij 67 jaar, maar al rond 45 jaar. Doorwerken wordt hiermee geen noodoplossing bij personeelskrapte, maar een logisch onderdeel van duurzame personeelsplanning.
Bronnen (selectie)
Anxo, D., & Ericson, T. (2023). Senior citizens’ intrinsic and extrinsic work motivation. International Journal of Manpower.
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The “what” and “why” of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry.
Fisher, G. G., et al. (2016). Work after retirement: A systematic review of retirement and bridge employment. Work, Aging and Retirement.
Zhan, Y., Wang, M., Liu, S., & Shultz, K. S. (2009). Bridge employment and retirees’ health and well-being. Journal of Applied Psychology.